Nederlands (NL)  German (DE)
Nummer:ogd1126 Datum:21 sept. 1402 Überlieferung:Editie Fundstelle:Oorkondenboek Groningen en Drenthe, nr. 1126

Burgemeesters en raad van Groningen verklaren, dat Yeye, weduwe van Ludelef Haxtum, aan het Heilige Geestgasthuis te Groningen heeft verkocht en bij stoklegging overgedragen een gedeelte van een huis en erf te Leegkerk.

Quelle Recto Rückseite Übersetzung Relationen Siegel Material Literatur Index N. B.
Wy, borghermestere ende raet van Groninghen, bekennen ende betughen met dessen openen breve, dat vor
ons is ghekomen Yeye Haxtum, Ludelefs wiif Haxtum, den God ghenedich zie, ende becande, dat
ze heft vercoft den convente to den Hilghen Gheeste in Groninghe een derdendeel van den steenhues, dat se legghende hevet ende gheleghen is in
der kerspele to der Legherkerke, met sinen tobehoren ende daerto al hore erve, dat se daer legghende hevet mynre ende merre, so wo dat gheleghen
is met alle sinen tobehoren, vor ene summe gheldes, de Yeye vors. becande, dat hore vol ende al betaelt is. Ende dit derdendeel van den vors.
steenhues met sinen tobehoren ende al dat vors. erve met sinen, tobehoren droech Yeye vors. up den vors. convente vrij ende qwiit met allen
rechte ende eghendome eweliken ende erfliken to bruken ende to besitten, to setten ende to verkopen ende horen vryen willen mede to done ende
heft den convente vors. den stoc daervan gheleghet als een landrecht wyset. Dat orkunde wy met onser stad seghele. Ghegheven in den jaer ons
Heren dusent vyerhondert ende twe up sente Matheusdach, do Wicbolt ter Ae, Jarich Coppiins, Reynolt Hughinc ende Jacob Schelleghe borghermestere
waren onser stad .
Recto:
x
x
Bestand Oorkondenboek Groningen en Drenthe
Nr 1126
Olim Naar het origineel in het rijksarchief te Groningen (Reg. 1402, no. 7), hoog 13, breed 27,5 cm.
Jahr 1402
Datumcode Matthe
x
x
Editie naar hgg033.
x
Kommentar Aan het stuk hangt het gewone zegel van de stad Groningen met contrazegel.
x
Material papier
x
Editionen P.J. Blok e.a., Oorkondenboek van Groningen en Drente, II (Groningen 1899), nr. 1126.