Nederlands (NL)  German (DE)
Nummer:ogd0456 Datum:1 febr. 1358 Überlieferung:Editie Fundstelle:Oorkondenboek Groningen en Drenthe, nr. 456

Burgemeesters en raad van Groningen beklagen zich bij de raad van Lübeck, dat hun niet is medegedeeld het besluit van de Hanzesteden om niet in Vlaanderen handel te drijven.

Quelle Recto Rückseite Übersetzung Relationen Siegel Material Literatur Index N. B.
De ersame hern wijs ende vroet, de borgheremestere ende den raet van Lubeke, do wy, borgheremestere ende raet van Groninghen, vrendelike groten.
Wet, dat uns utermatene zere vorwondert, dat ghi allen Dusken steden hebben breve ghesant, wodaner wijs dat men de Flaminghe vormiden sal, ende
uns nyghene. Ende doch do wi dat horden, do vorbode wi onsen coepluden, dat ze in Flanderen nicht varen ne solden. Ende want onse vorevaren van
oldes int erste weren deghene, de de Duske Hanse bigrepen mede to holdene, ende wi ze noch holden wilt ende altoes bireet wilt wesen to done,
dat der Dusker Hanse tobihort, Darumme zo bidde wi vrendeliken, dat ghi ons toscriven, um wat saken ende zo wodaner wijs, dat men de Flaminghen
vormiden sal, so wille wi dat holden als anders Duske stede. Got zi mit (juw) ende biet tot uns altoes.
Recto:
x
x
Bestand Oorkondenboek Groningen en Drenthe
Nr 456
Olim Naar het Urkundenb. der Stadt Lübeck, III, no. 313.
Jahr 1358
x
x
Material papier
x
Editionen P.J. Blok e.a., Oorkondenboek van Groningen en Drente, I (Groningen 1896), nr. 456.